skip to Main Content

Johannes Keekstra was bestuursadviseur, communicatiemedewerker, mediamaker, één van de krachten achter Leen een Fries, Reuzen-voortstuwer én acteur in 2018 en de voorbereidende jaren. Hij deelt zijn herinneringen en gedachten over de impact van het Culturele Hoofdstad-jaar.

Zondagavond 25 november 2018; de laatste dag van de ReOpening – het drie weken durende sluitstuk van Culturele Hoofdstad – loopt ten einde. De fraaie aftermovie van 2018 is geprojecteerd op de Oldehove, de stamppot is op het stampvolle Oldehoofsterkerkhof opgegeten en het decor voor de live-uitzending van Omrop Fryslân braken we alweer af. Terwijl de allerlaatste projectie van Lân fan Taal nog draait loop ik met vermoeide benen door de roerige binnenstad naar mijn auto. Gedachten, herinneringen en vragen over het vervolg dolen door mijn verbouwereerde brein, waar de hoofdvraag luidt: waar is al die tíjd toch ineens gebleven?

Op 6 september 2013 stond ik als bestuursassistent van toenmalig cultuurgedeputeerde Jannewietske de Vries op het Gouverneursplein. Waar ik als nuchtere Fries door het gejuich als vanzelf opgetild werd en ook de armen de lucht in wierp toen de jury bekendmaakte dat wij, en niet die andere steden, voorgedragen werden als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. Over een kleine vijf jaar pas. Veel te doen natuurlijk, maar ver weg. Dacht ik.

Wat er sinds die septemberdag in 2013 allemaal gebeurd is aan vergadertafels, in wandelgangen en met voeten in de modder bij bijvoorbeeld provincie Fryslân, gemeente Leeuwarden en stichting Kulturele Haadstêd is ongelooflijk. Wisselende meningen, politieke druk, verhitte discussies, kritisch publiek, scherpe pers, wisselingen in de bezetting, verkiezingen die tussendoor alles op z’n kop zetten en een brede organisatie die in rap tempo opgetuigd werd met daarin stevige lijnen tussen collega’s van gemeente en provincie. Waarbij we aan elkaars culturen moesten wennen, het niet altijd eens waren, de hazen steeds anders liepen maar we er ook uitkwamen.

Want het werd immers vanzelf 2018. En op 27 januari stond ik tijdens de officiële opening weer op een Leeuwarder plein, nu als perswoordvoerder van Leeuwarden-Fryslân 2018, zoals de organisatie en het culturele jaar zelf uiteindelijk genoemd werden. Deze taak deed ik ondersteunend aan persman van het eerste uur Radboud Droog, met wie ik stevige noten kraakte maar ook vaak vreselijk kon en kan lachen. En dat gaat eigenlijk op voor het hele team van harde werkers die zich vanuit de stichting in de Blokhuispoort en bij Merk Fryslân inzetten voor programma, organisatie, marketing en noem maar op.

Wat een mooie club mensen was dat en wat jammer dat er gewoon een eind aan kwam in november! Tegelijk was dat ook de kracht: de kalender liet zich niet dwingen en in dit jaar móest het gewoon gebeuren. In de snelkookpan met alles en iedereen en – fergeme – het laten lukken! En dat gebeurde. Menig duim is opgestoken, schouderklop gegeven en sprong in de lucht gedaan. Vanwege de top 3-notering van Lonely Planet, de miljoen unieke bezoekers die de website al vroeg trok, uitverkochte voorstellingen, meer dan eens bijzondere media-aandacht…

Het feest vierden we met elkaar, met alle betrokkenen. Bestuurders van de verschillende organisaties, collega’s die anders in de eigen bubbel waren gebleven en ondernemers die ook hard voor bekendheid, impuls en succes werkten. Wat hebben we een netwerk opgebouwd hier in Fryslân. Belangrijk om vast te houden. Een enorme organisatiekracht schuilt er achter die nuchtere koppen. Immers: it is de boer allike folle oft de ko skyt of de bolle. Hoe het gebeurt maakt niet uit, als het maar gebeurt en hoppakee, die schouders eronder.

Op harses en earen yn Kulturele Haadstêd wilde ik zijn, dat besloot ik al direct in 2013. En dat ging goed: mocht me in de ontstaansfase bemoeien met van Lân fan Taal bijvoorbeeld, en bij de Friese bibliotheken kon ik als projectleider met weer mooie nieuwe collega’s Leen een Fries opzetten, een prachtproject dat mensen op een heel laagdrempelige manier aan elkaar verbindt en de kwaliteiten van Fryslân en de Friezen in al zijn bescheiden glorie laat zien. Pak dat podium mensen, want het is makkelijk en de moeite waard.

Culturele Hoofdstad mag je natuurlijk niet alleen vanachter je bureau beleven. Dus ik ging naar voorstellingen, activiteiten, presentaties en andere evenementen. Zoveel mogelijk. Met wijd openstaande ogen alles meemaken. Pff, zoveel moois gezien en zo vaak onder de indruk geweest. Van de professionaliteit van theatergezelschappen maar ook van hoe iets kleins zo krachtig kan zijn. En vooral van het plezier en de inzet waarmee vrijwilligers zich opwierpen om alles dit jaar zo goed mogelijk te laten slagen. Onvermoeibaar.

Vrijwilliger was ik zelf ook meermaals. Ik hing bijvoorbeeld in de touwen bij de Duiker, een van de Reuzen van Royal Deluxe die in augustus door Leeuwarden trokken. Een schitterende ervaring ook, met weer nieuw gemaakte vrienden. En wat een plezier hing er in de stad. Ondanks het zware fluwelen pak en de dikke werkschoenen voelde ik me er wederom door opgetild. Een kick om nooit te vergeten. En bijzonder om te zien hoe je met een simpel lint en zonder grote politiemacht of cordon beveiligers een enorm publiek kan managen, gewoon omdat iedereen een goed humeur heeft door al het moois dat zich afspeelt.

Ook mocht ik als voorzichtig beginnend amateur-acteur de hoofdrol spelen in In Memoriam Patris, het theaterstuk in de Dorpskerk van Huizum over dichter Slauerhoff, onder de vlag van Under de Toer. Geweldig, als amateur onder leiding van en samenspelend met professionals zoiets doen in wat mij betreft het mooiste programmaonderdeel van LF2018. Under de Toer heeft met al die verhalen mij persoonlijk veel geleerd over de eigen Friese geschiedenis, over onze geografie maar ook over onze samenleving (ja, ‘mienskip’ wilde ik maar even niet meer gebruiken). Uit eigen dorpen kwam ook hier zoveel organisatievermogen, zoveel pret en een wil om zich te laten zien en anderen te vermaken. Gastvrij, creatief en sociaal: zo stug zijn die Friezen nog niet.

Nee, zo stug zijn we niet. En dat moet toch een van de mooiste lessen zijn die we onze bezoekers, en die kwamen ondanks de kritische geluiden vooraf wel degelijk in groten getale, geleerd hebben. Wat we volgens mij moeten onthouden is dat we muren weggebroken hebben, eilandjes naar elkaar toegetrokken hebben. Laten we nu niet meer ieder onze oude weg gaan maar met elkaar blijven samenwerken. Als personen, bedrijven, organisaties en overheden. Mei-inoar komme we der. En laten we, zonder die prachtige bescheidenheid los te laten, ook inzien dat we als Fryslân de moeite waard zijn en als Friezen nog meer. Zonder grote woorden wel grote dingen doen, dat kunnen we gewoon.

Het feest vierden we met elkaar, met alle betrokkenen. Bestuurders van de verschillende organisaties, collega’s die anders in de eigen bubbel waren gebleven en ondernemers die ook hard voor bekendheid, impuls en succes werkten. Wat hebben we een netwerk opgebouwd hier in Fryslân. Belangrijk om vast te houden. Een enorme organisatiekracht schuilt er achter die nuchtere koppen.

De laatste avond...

Zondagavond 25 november 2018. Ik ben inmiddels zuchtend in de chauffeursstoel geploft en draai, met al die gedachten onder mijn warrige haardos, de sleutel in het contact. De cd van Death Angel die toevallig in de speler steekt, slaat aan. Ik schroef het volume dankbaar op. Even wat stoers, niet week worden nu. ‘Thrown to the Wolves’ schreeuwen ze. En dat waren we met z’n allen, voor deze grote uitdaging. Maar we hebben ze met huid en haar opgevreten. Grutsk!

Deel dit verhaal

Back To Top