skip to Main Content

Nienk Hoepman was als ambtenaar vanaf het begin betrokken vanuit het Provinsjehûs. Samen met zijn collega’s begon hij aan een klus die geweldig leerzaam en inspirerend bleek.

Die vrijdagmiddag, 6 september 2013, wat een moment. Voor Fryslân, voor Leeuwarden, voor mij. De uitverkiezing tot Culturele Hoofdstad van Europa, staand op het Gouverneursplein, ik zal het nooit meer vergeten. Wat waren we ongelooflijk blij daar, met 3.000 mensen op het plein. We wisten amper wat ons te wachten zou staan, zoiets groots hadden we in Fryslân nog nooit neergezet. Dit was niet zomaar een project met een projectmatige aanpak. Hoe moet dat, hoe pakken we het aan, welke referenties hebben we? Gewoon beginnen, dat was wat we deden. Veel improvisatie, veel proberen, opstarten, op onze bek gaan.

Als oud-Leeuwarder verliet ik eind jaren ‘80 de stad. Leeuwarden was echt niet fijn, geen bruisende stad, een sfeerloze openbare ruimte, het Friese Schathuis was zo’n beetje de meest bijzondere winkel (naast Sound & Vision natuurlijk waar ik nieuwe bandjes luisterde). Lelijke pleinen, weinig jongeren, weinig jongerencultuur, ’s nachts kon je klappen krijgen. Ik moest hier weg.

En kijk nou. We hebben Leeuwarden en Fryslân opgetild. De provincie heeft een hoofdstad gekregen. De stad is veranderd, mooier geworden, er lopen mooiere, blijere mensen rond. Het Stationsplein met de ontroerende Plensafontein, wat een fantastisch erfgoed hebben we met de Blokhuispoort met dBieb en Proefverlof, de terrasjes op de Nieuwstad, ze zitten voortdurend vol, het Zaailand waar het Fries Museum prachtig staat te pronken, Obe heeft het Oldehoofsterkerkhof weer tot onderdeel van het centrum gemaakt. Ik ben supertrots. Al die toeristen die dit jaar met plattegrondjes in de hand door de stad kuierden, de (inter)nationale delegaties die we hebben mogen rondleiden.

Toen ik op vrijdagmorgen 17 augustus de stationshal in Leeuwarden uit liep, en ik zag hoe het Reuzenmeisje begon te lopen tussen die duizenden mensen die allemaal betoverd leken, begon ik gewoon te huilen. Stiekem. Niemand heeft het gezien. Maar ik was niet de enige. Toen de dansers van Club Guy en Roni hun geweldige staccato vogeldans uitvoerden in de Groene Ster, op die prachtige zomeravond in juli bij Conference of the Birds, wat mooi! Wat hebben we lol gehad om Slava in de Harmonie, wist niet dat het zo hard kon waaien op de eerste rij, wat was het prachtig om zo’n beetje alle Goutumers op het podium te zien bij Het Heilige Hert fan Cambuur (en wat leuk dat Martijn Barto, mijn held, daar bij toevallig was, of kwam ie elke avond?).

En ik vind het super dat zo veel collega’s van mij in het provinciehuis zo actief zijn geweest dit jaar. Iedereen stond op, ook bij ons in huis. Als vrijwilliger bij de 8e Dag, bij de Reuzen, als parkeerwacht bij Oranjewoud, als barkeeper bij Tusken twa Muorren, als acteur bij Marijke Muoi, als hoofdrolspeler bij Slauerhoff in “mijn” Huzum-Doarp. Iedereen heeft zo veel gegeven dit jaar, en zo veel gekregen, zoveel meegemaakt, letterlijk mee gemaakt.

We zijn nog maar net begonnen. Leeuwarden en Fryslân bruisen verder. Er zijn zoveel mensen die door willen. Leeuwarden en Fryslân weer een beetje mooier maken. Voor alle Leeuwarders, ook de Leeuwarders die we dit jaar nog niet hebben weten te bereiken, alle Friezen. Hoe dat moet? Gewoon weer beginnen, net als in 2013. En natuurlijk hebben we de afgelopen jaren heel veel geleerd. En dus ook heel veel fouten gemaakt. Die maken we niet nog een keer. Gelukkig komen daar veel nieuwe fouten voor in de plaats. En daar leren we vervolgens weer van. Let maar op.

Deel dit verhaal

Back To Top